bakkersmeisje, episode IV

Ik zit op mijn knieën bij de puddingbroodjes en doe mijn best om niet in ze te knijpen. Niet dat ik uitgesproken haatgevoelens jegens puddingbroodjes koester, maar ik vind ze ook niet bijzonder lekker. Het lijkt me gewoon fijn om de pudding tussen mijn vingers door te persen. Een beetje zoals je vroeger klonten klei in een Playdoh-molen propte en er aan de andere kant op mysterieuze wijze slierten spaghetti ontstonden.

Door de ruiten van de koelvitrine zie ik een jongen van mijn leeftijd de winkel binnen wandelen. Ik blijf nog even gehurkt in mijn broodjesbunker zitten. Smachtend neemt de jongen al het lekkers onder de loep. Ondertussen probeer ik me de geur van Playdoh voor de geest te halen.

Ik word afgeleid doordat de jongen luid kucht. Plots bedenk ik me dat ik die middag alleen werk en dat ik dus op den duur wel achter de bunker vandaan zal moeten komen om hem te helpen. Geruisloos sta ik op.

'Hoi!' zeg ik opgewekt.

De jongen maakt een sprongetje van schrik. 'Wow, ik had je helemaal niet zien staan!' roept hij uit. Hij lacht - een oprechte, harde lach.

'Ja, dat heb ik heel vaak,' zucht ik.

De jongen lijkt eventjes verward, maar gaat daarna al snel verder met lachen. 'Dat klinkt wel een beetje zielig,' besluit hij.

Hij heeft gelijk. 'Ja, dat klinkt helemaal verkeerd. Er zijn best veel mensen op de hoogte van mijn bestaan. Ik bedoel eigenlijk meer dat ik heel.. lichtvoetig ben. Ja, lichtvoetig klinkt beter.'

Tevreden reorganiseer ik een paar croissantjes tot een mooie, rechte stapel. 'Lichtvoetig' is een heel mooi woord, vind ik.

De jongen giert het inmiddels uit. Maar mij is het ernst.

'Luister, het is een heel vervelende eigenschap, hoor. Ik laat heel vaak mensen schrikken door er opeens te zijn.' Om mijn punt te benadrukken voeg ik een mysterieus handgebaar toe. Ik wacht tot de jongen klaar is met lachen.

'Lichtvoetig, zegt ze! Fantastisch!' piept hij. Ik ben bang dat hij erin zal stikken. Daarom besluit ik snel over te gaan op de normale gang van zaken.

'Maargoed, kan ik je helpen?'

De mensen willen brood, geen mooie woorden.

Hij wil een halfje casino-wit en een croissant. Ik verpak een halfje casino-wit en een croissant. Hij wil anders niets en hij wil er ook geen tasje bij. Daar ben ik blij om. Jegens tasjes koester ik, in tegenstelling tot puddingbroodjes, wel degelijk diepe haatgevoelens.

De jongen bedankt me, voor het brood en voor het gesprek. Ik keer geruisloos terug naar mijn bunker. Ik ruik aan de puddingbroodjes en denk aan Playdoh. Als er aan het einde van de dag nog een broodje over is, zal ik erin knijpen, besluit ik.


Zondag 26 Juni 2011 op 12:42  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.