de werver

Wanneer ik baal van mijn werk als bakkersmeisje, denk ik altijd even aan al die studenten die op straat staan met een clipboard en een katslelijke jas die ritselt als een zak chips - want die zijn pas zielig. Ze werven voor goede doelen en verdienen daar geld mee. Dat is op zichzelf al een vreemd gegeven, maar toch heb ik wel eens met die arme mensen te doen. Niemand wordt blij van ze. Het janhagel loopt met een grote boog om ze heen, alsof het een stel melaatsen betreft. Enigszins psychotisch kijken ze om zich heen, zoekende naar potentiële slachtoffers tussen de grotendeels nukkige massa. Ze lachen krampachtig, maar hun ogen lijken te huilen.

Afijn, ik ben dus áltijd zo'n potentieel slachtoffer. Mijn hoofd is te blij, verdorie. Laatst stond er weer zo'n kluitje jassen te ritselen bij de Hema. Ze zagen mij en mijn niet-aflatende glimlach al van ver aankomen. Eén van de jongens liep nonchalant wat heen en weer, zoals een keeper in het doel. Telkens wanneer ik iets naar links uitweek, deed hij dat ook - er was werkelijk geen ontsnappen aan.

'Já! Jij lacht ons tegemoet! Jij hebt vást wel even een momentje.' Hij had een gladde kuif en een brakke, krakende stem. Gepijnigd mompelde ik: 'Oh.. Néé. Nee, nee. Nee, hoor!' Maar alleen 'nee' werkt niet, mensen. Alsnog begon de jongen zijn verhaal over meervoudig gehandicapte weeskinderen in oorlogsgebieden die op straat leven en hard kleurpotloden nodig hebben. Vervolgens voelde ik me schuldig toen ik een kaasbroodje voor mezelf kocht. Kutjong.

Inmiddels heb ik ontdekt dat je zo'n werver het best de mond kan snoeren door hem te confronteren met je eigen geldgebrek. Deze methode heb ik twee keer succesvol toegepast. De eerste keer was in mijn grunge-periode en luidde: 'Ik heb geen geld, kijk maar, ik heb zelfs een gat in mijn broek.'

De tweede keer was van burgerlijker aard. Ik had een afdruiprek aangeschaft en wilde geen tasje van de verkoopster. Ik wil eigenlijk nooit tasjes van de verkoopster, en daardoor loop ik meer dan eens met willekeurige, niet-handzame producten door de winkelstraat. Dit keer kwam dat goed uit. Een werver sprak me aan, maar ik viel hem bruut in de rede met een one-liner die ik zelf ook niet echt had zien aankomen. Kordaat brulde ik: 'Nee. Dit afdruiprek was een rib uit mijn lijf!' Om mijn bewering kracht bij te zetten drukte ik het rek even goed onder zijn neus, als bewijs. Ik kon meteen doorlopen.


Dinsdag 29 Maart 2011 op 10:02  |  
  |    |  

Eén reactie

Esther

hahahaha! Eindelijk weer een afdruiprek dus :)

Groetjes uit de Oostenrijkse bergen!

x

Esther
, (E-mail ) - 29-03-’11 19:10
(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.