Masterkat

Krap drie maanden in mijn nieuwe huis en ik zie mijn vermoedens wederom bevestigd: de meeste mensen zijn gewoontedieren. De buurvrouw hangt op vrijdag het beddengoed te luchten, de overbuurjongen opent iedere avond om elf uur zijn tuinhekje om de hond nog even tegen de heg te laten pissen, de buurjongen met de headset gamet na het werk; op vrijdagavond draait hij jazzmuziek.
En ik? Ik loop in de weekenden drie keer per dag met mijn hond door de straten, 's ochtends vroeg vaker wel dan niet in mijn pyjamabroek. Ergens hoop ik dat mijn wijkgenoten mijn loopje geruststellend vinden, net zoals ik hun buurtgeluiden en rituelen nu al als een kleine maar fijne zekerheid ervaar. Er is niets tegen op een beetje voorspelbaarheid in deze roerige wereld.
Het is het tweede loopje van de vrijdag wanneer ik twee straten achter de mijne iemand tref die ik nog niet eerder heb opgemerkt. Een jongen met een Arabisch uiterlijk en een brede glimlach haalt in een voortuintje zijn fiets van het slot. Mijn hond ziet zijn kans schoon: hij begint te kwispelen en steekt zijn snuit door het tuinhekje, vastberaden om een aai over de bol te scoren. Een beetje gespannen – ik kan het niet helpen – grijp ik hem bij zijn tuigje en probeer hem mee te sleuren. Mijn ervaring is dat mensen uit andere culturen doorgaans niet heel erg op een lebber van mijn hond zitten te wachten. 
“Yuuk,” mompel ik. “Kom mee, potverdorie.”
“Ja, ja – geduld,” hoor ik dan. “Jij mag zo aan mij snuffelen.”
“O jee!” lach ik, opgelucht.
“De hond dan, hè. Hahaha.”
Eindelijk gaat het hekje open. 
Schuddend van opwinding loopt mijn hond zijn prooi tegemoet. 
“Hij is lief, hoor,” zegt de jongen terwijl hij de rug van zijn hand toesteekt. “Snuffel maar even. Maar hij mag mij niet aanraken. Ik ga zo naar de moskee.”
Moslims en honden, stiekem vraag ik me al een tijdje af hoe dat nou zit. Zijn honden 'haram'? Is dat echt een regel of is het een persoonlijke keuze? Ik zou het aan deze jongen prima kunnen vragen, maar toch durf ik het niet zo goed. In plaats daarvan keuvelen we wat over het weer en de werkzaamheden in de buurt, zoals het Nederlandsers in voortuintjes betaamt. Ondertussen zie ik hoe een kat in de vensterbank van het huis zich tegen een kussentje aan vlijt en parmantig gaat liggen zonnen. 
“Is die van jou?” vraag ik. 
“Ja man!” glundert de jongen. “Mijn kat is máster.”
Hij buigt zich nog iets dichter naar mijn hond toe. Het kost heel veel moeite om ervoor te zorgen dat de twee elkaar niet aanraken. Gepijnigd zie ik hoe de snuit van mijn hond zijn hand tóch een beetje booped. We doen allebei alsof het niet gebeurd is. Soms is dat gewoon makkelijker.
“Een hond is beetje veel werk,” zegt de jongen. Monter stapt hij op de fiets. Terwijl hij de straat uit fietst roept hij nog: “Wij gaan elkaar spreken, ja? Leuk, buurvrouw!”
Eenmaal thuis lees ik dat enkel het speeksel van de hond binnen de islam als onrein wordt beschouwd. Steekt een hond zijn bek in een bak, dan moet die bak zeven keer gewassen worden, waarvan een keer met aarde. Inderdaad: 'beetje veel werk'. Aan de andere kant: wanneer mijn hond onverhoopt iets van mijn bord likt, dan ga ik ook wel even flink in de weer met heet water en extra sop. Wat dat betreft zijn de achterbuurman en ik het nergens over oneens. Wel vraag ik me af wat het idee is achter de poetsbeurt met aarde.
Het handige bij dit soort vraagstukken is dat er overal mensen wonen. Mensen die de dingen doen zoals zíj denken dat het goed of nodig is. Ik zou het dus ook gewoon kunnen vragen, de volgende keer. 
Mental note: op vrijdagmiddag gaat de buurman van twee straten verderop naar de moskee, zo ongeveer op het moment dat ik de tweede wandeling met mijn hond maak. We gaan elkaar – daar durf ik wel wat geld op te zetten – op precies datzelfde moment vast nog eens tegenkomen. Over die masterkat moeten we het dan ook nog maar eens hebben. 


Zondag 04 Maart 2018 op 11:10  |   Geen reacties  |  
  |    |