Slenteraar




Blik op romantiek #4: hond-hond

Mijn hond en ik staan op de grasstrook nabij het kantoor. We treffen een verkreukelde man met een chihuahua. De chihuahua heeft een roze bodywarmer aan. Het regent al dagenlang.

 

‘Goedemorgen,’ zeg ik.
 

‘Hij is van mijn vriendin,’ antwoordt de man.
 
Het hondje kijkt met uitpuilende oogjes naar hem op. De man die op zondag het vlees snijdt en op regenachtige ochtenden opeens aan de andere kant van de uitlooplijn vastzit.
 
‘Eigenlijk vind ik dat formaat van die van jou mooi. Meer een hond-hond.’
 
‘Vind ik ook,’ zeg ik, ‘daarom heb ik er zo eentje.’
 
Parmantig veegt de chihuahua haar voetjes over het gras. Dan keert ze ons – het plebs – de rug toe. De man friemelt hulpeloos aan het roze handvat van de uitlooplijn.
 
‘Maar zo’n kleintje is ook best leuk,’ probeer ik nog.
 
‘We moeten weer naar huis,’ zegt de man. ‘Mijn vriendin zal de koffie wel klaar hebben.’
 
De chihuahua begint te lopen. Voorop, de borst vooruit, zo lang de lijn het toelaat.
 
De man volgt gedwee.

    ⟶ 24 maart 2020

OVER
Friedrich Nietzsche zei ooit dat alle werkelijk grote gedachten ontstaan tijdens het lopen. Ik slenter me het apelazarus in de hoop dat hij gelijk heeft.

EERDERE WANDELINGEN
Ik wandel en schrijf sinds 2009. Nog meer verhalen vind je op mijn oude site. Publicaties in de echte wereld heb ik ook wel ‘s. Bijvoorbeeld in NRC.next, op de Optimist, in de festivalkrant van Lowlands en in het magazine van podium Asteriks.