Slenteraar



Wel vet, niet lui

1.

Mijn overbuurvrouw wacht al zolang ik haar ken op twee dingen: een maagverkleining en de nieuwbouw. In de nieuwbouw wordt alles beter. Dichter bij de winkels, alles modern en niet langer een keuken in de woonkamer. Na de maagverkleining gaat ze ook meer wandelen, zegt ze. Tot die tijd is het wachten en rondhangen. Vooral vroeg in de ochtend kom ik haar vaak tegen. Dan roept ze steevast: “Ja, ik ben altijd vroeg op. Ben wel vet, maar niet lui.”

“Nee,” antwoord ik dan. “Zéker niet lui.”

(Over het vet durf ik niets te beamen noch te ontkennen.)

“Jij hebt nog heel wat spullen nodig,” begroette ze me.

Het niet-lui zijn, daarentegen, kan ik absoluut bevestigen. Toen ik nog maar een dag of drie in de straat woonde, stond precies deze buurvrouw me na werktijd eens resoluut op te wachten bij mijn tuinhek. We gingen kennismaken, zoveel was duidelijk.

“Jij hebt nog heel wat spullen nodig,” begroette ze me.

“Is dat zo?” stamelde ik. “Ik ben aardig compleet, hoor -”

“… Je hebt geen tv.”

“O ja, klopt.”

“Hoef je die niet dan? Voor tachtig euro regel ik er zo eentje. Een platte. Ik ken wel mensen. Ik heb ook niet veel geld, hoor. Niemand hier. Daarom moeten we elkaar wat helpen.”

“O nou ja, het is maar een kleine woonkamer. Ik hoef er eigenlijk niet zo’n grote televisie in. En ik doe toch alles op mijn laptop, ook tv kijke-”

“Ja, ja – douw maar effe een briefje door de deur als je iets nodig hebt.”

“… Een briefje met wat ik nodig heb?”

“Ja, dan ga ik op zoek.”

“Hm, ik kan eigenlijk niks bedenken,” aarzelde ik. “Alleen boven heb ik nog wat bergruimte nodig. Een kastje of zo. Maar dat komt nog wel een keer.”

Een enorme vergissing, natuurlijk. Geef zo’n behulpzame buurvrouw een vinger en voordat je het weet heeft ze vijf boeddhabeelden en een aquarium op de kop getikt voor in de vensterbank. Nog diezelfde avond ging de bel: daar stond ze met een pen en een briefje in de hand.

“Ja, ik zat nog te denken. Wat voor kastje zoek je precies? Dan kan ik aan de slag.”

“Och jemig. Geen idee. Ik heb niet echt een vaste interieurstijl, eigenlij-”

“Brocante?”

“God nee, in elk geval geen brocante.”

“Zo kan ik niet echt gericht zoeken, hè.”

De welwillendheid deed pijn aan mijn ogen. Goedbedoeld en irritant, de situatie was veel dingen tegelijk. Goddank gaf juist die cognitieve dissonantie – gecombineerd met een reële angst voor een brocante interieur – mij de kracht het gesprek duidelijk doch vriendelijk te beëindigen.

“Echt bedankt voor de hulp,” kuchte ik, “maar ik zoek liever zelf wat uit. Ik kom vast wel eens iets tegen bij de kringloop of zo. Het heeft ook geen haast.”

“Oké, zelf weten,” zei de buurvouw.

“Zelf weten,” zei ik. En dat was dat.

Goedbedoeld en irritant, de situatie was veel dingen tegelijk.

2.

Ondertussen zijn de overbuurvrouw en ik alweer een halfjaar buurtgenoten. De maagverkleining komt gestaag dichterbij. Nog twee maanden wachten. Twee maanden geleden duurde het ook al twee maanden, maar tijd is ook maar een construct. De sociale nieuwbouw ietsje verderop nadert wel degelijk zijn voltooiing. Het baksteenbehang is al op de buitenmuren geplakt; lijkt net echt. De buurvrouw heeft er zin in. “Ik ben hier zo weg,” beweert ze vaak. “Vroeger was het hier veel gezelliger. Zaten we met z’n allen in de tuinen. Nu heeft iedereen de gordijnen dicht.”

Bijna iedereen, behalve ik.

Zo kon het gebeuren dat de overbuurvrouw me er een paar weken geleden op betrapte spullen wég te doen, in plaats van nieuwe bezittingen te verwerven, zoals ik had beloofd. Een achtergelaten tuintafel en een oud bankstel. In de avond zette ik de de boel aan de weg en reeds de volgende ochtend stond ze aan mijn tuinhek voor nadere toelichting.

“Heb je het nou speciaal op de aangegeven datum gedaan?” vroeg ze.

“Ja? Het gaat op afspraak,” antwoordde ik.

“Kind, daar moet je niet voor bellen! Je moet het gewoon hierachter op de hoek neergooien, dat doet iedereen. Je kunt maar drie keer per jaar gratis laten ophalen, hè. Nu heb je er al eentje verspeeld. Straks moet je betalen.”

“… Hoeveel spullen denk je dat ik heb?!”

“O ja. Heb je nu al ’s een tv?”

“Nee,” antwoordde ik. En daarna, in een moment van impulsieve openheid: “En ik heb net mijn baan opgezegd, dus voorlopig komen er geen nieuwe spullen.”

“Wattan?”

“O, het contract liep af en ik wil graag meer tijd om te schrijve-”

“Ach, niemand heeft geld,” viel de buurvrouw me in de rede. “Maar het is nu echt een kwestie van wachten. Zal ik je wat vertellen? Ik heb een mobiel telefoontje op de kop getikt. Voor als ik straks weer hele stukken ga wandelen.”

“Wat goed,” zei ik – en ik meende het steeds meer.

“Ik mag dan vet wezen, maar ik ben niet lui.”

“Zo is het,” knikte ik. “Ik ga naar binnen.”

Gesprekken afronden is nooit mijn sterkste kant geweest, maar in de afgelopen zes maanden heb ik geleerd dat je het maar beter kunt doen zoals het lostrekken van een pleister: snel en krachtig. In het geval van de overbuurvrouw is repatriëren midden in de conversatie ook geen probleem en soms zelfs onoverkomelijk. Een wrok koestert ze niet en tips tegen kattendrollen in de tuin wil ze nog steeds delen. Irritant goedbedoeld. Daarom ben ik maar op haar gesteld geraakt.

Voor de buurvrouw hoop ik dat het in de nieuwbouw echt beter is, al zal ze straks vast stiekem een beetje terugverlangen naar het oude. Zoals ze dat nu ook al doet. Voor mezelf hoop ik hetzelfde – niet in de nieuwbouw maar in een nieuwe baan – al zal ik ongetwijfeld óók weer twijfelen en piekeren, vooruitkijken en terugverlangen. Zo schipperen we met z’n allen wat tussen toen en nu, hier en daar, vroeger en later. In de tussentijd is het een kwestie van wachten en moeten we elkaar een beetje helpen. Dat heeft de buurvrouw heel goed in de smiezen.

Deel dit
3 Comments
  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

    • Jessica Alba
      May 13, 2017

      Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Eén reactie op “Wel vet, niet lui”

  1. Eduard schreef:

    Supervet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

OVER
Friedrich Nietzsche zei ooit dat alle werkelijk grote gedachten ontstaan tijdens het lopen. Ik slenter me het apelazarus in de hoop dat hij gelijk heeft.

EERDERE WANDELINGEN
Ik wandel en schrijf sinds 2009. Nog meer verhalen vind je op mijn oude site. Publicaties in de echte wereld heb ik ook wel ‘s. Bijvoorbeeld in NRC.next, op de Optimist, in de festivalkrant van Lowlands en in het magazine van podium Asteriks.