Slenteraar



Vanille

Op een zonnige namiddag zitten mijn hond en ik aan een gloednieuwe picknickbank in een wijk die vroeger vaak de armste wijk van Nederland werd genoemd. De bank staat aan het water, precies tussen twee fletse woontorens in. Je kijkt er mooi uit op de fabrieken aan de overkant: de meelfabriek en de melkfabriek, een doolhof van robuuste gebouwen, schoorstenen, pijpleidingen, slagbomen, loopbruggen, tonnen en trappen. In de donkerte van de winter is het terrein op zijn mooist. Rijzig, ruw en een beetje verdrietig. Een hard beeld dat moeilijk te rijmen valt met de zoete geur van vanillevla die zo nu en dan uit de poriën van het beton sijpelt. Het uitzicht is dan veel dingen tegelijk: mooi en lelijk, briek en ook wel vernuftig, kil maar ook wel warm.

We zitten dus. En we kijken.

Dan steekt mijn hond opeens de neus in de lucht, de ogen toegeknepen. Vanachter een van de woontorens verschijnt een oude man met een Friese Stabij, een heel wat oudere uitvoering dan de mijne. De hond is even stram als zijn baas. In eerste instantie sjokken ze ons voorbij, de blik strak op de wiebelige stoeptegels. Twee meter voorbij het bankje draait de man zich toch nog om, grijpt zichzelf vast aan de dichtstbijzijnde lantaarnpaal en zegt bij wijze van begroeting: ‘Hoe oud is die van jou nou?!’

‘Die van mij is vijf,’ antwoord ik. ‘En die van u?’

‘Zestien!’ schreeuwt de man.

De hond komt nieuwsgierig dichterbij. Hij is grijs om ’t bekje en zijn achterpoten trillen voortdurend. Kennelijk wil hij toch even kennismaken. Ik aai hem over zijn kop en zeg: ‘Wat een leeftijd. Maar hij heeft er nog wel wat plezier in, zie i-‘

‘Laatst zei een of ander takkewijf dat ik ‘m moest laten inslapen!’ valt de man me in de rede. Hij begint steeds harder te praten. ‘Dus ik zeg, ik zeg: ‘ZE ZOUDEN JOU MOETEN LATEN INSLAPEN, AKELIG MENS.”

‘Och jeetje,’ zeg ik. ‘Ja, dat snap ik wel.’

De man klampt zich van woede nog harder vast aan de lantaarnpaal. De hoogbejaarde hond maakt zich ook al zo druk. Hij hijgt en hijgt, begint wat te brommen, veegt dominant met zijn trillende achterpootjes over de stoep. Mijn eigen hond toont respect door zich achter mijn benen te verschuilen.

‘Deze zomer zag ik een geschoren Stabij,’ vervolgt de man, nu iets rustiger. ‘Bijna kaal was dat beest. Schande! Die moeten ze óók laten inslapen. De baas hè, niet de hond.’

Dan is het klaar. De oude hond waggelt van ons vandaan, op naar de volgende interessante grasstrook. Zijn baas mompelt: ‘Als hij gaat, dan ga ik ook. Joe.’

‘Joe,’ zeg ik.

De man en zijn hond zetten beide heel kleine stapjes, wiebelig.

Ik kijk ze lang na.

Een paar lantaarnpalen verder houden ze opnieuw halt.

Drie bonkige mannen zijn daar aan het metaalvissen. Ze hijsen winkelkarren, fietswrakken en verkreukelde blikjes bier uit het water en leggen ze in het gras. Een van de vissers loopt naar de oude man en klopt hem op zijn schouder, geeft de bejaarde hond een aai over zijn kop. Hij doet het best ruw en stoer, maar ook weer niet zo ruw en stoer als bij zijn jongere vismaten. Dat komt precies. Een fluwelen aanpak is waarschijnlijk het laatste waar je een oude Fries – mens of hond – in deze contreien blij mee maakt.

De fabriek walmt. Ik vraag me af wanneer de geur van vanille weer eens door de wijk zal kruipen. Het is een tijd geleden. Er is hier weliswaar veel dat knarst en piept, veel dat kapot is en lelijk of moeilijk, maar er zijn ook best eens dingen zoet en lief.

Dat hangt zo nu en dan simpelweg in de lucht.

Deel dit
3 Comments
  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

    • Jessica Alba
      May 13, 2017

      Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

OVER
Friedrich Nietzsche zei ooit dat alle werkelijk grote gedachten ontstaan tijdens het lopen. Ik slenter me het apelazarus in de hoop dat hij gelijk heeft.

EERDERE WANDELINGEN
Ik wandel en schrijf sinds 2009. Nog meer verhalen vind je op mijn oude site. Publicaties in de echte wereld heb ik ook wel ‘s. Bijvoorbeeld in NRC.next, op de Optimist, in de festivalkrant van Lowlands en in het magazine van podium Asteriks.