Slenteraar



De tijd dringt

1.

‘Ik krijg nu dus allemaal filmpjes van knaagdieren in oude auto’s die naar Creed luisteren, of Pearl Jam, of zo.’

Trots druk ik mijn smartphone in het gezicht van huisgenoot S., die zelf geen sociale media heeft, noch wenst op sociale media te verschijnen. Ernaar kijken gaat nog net.


Nu kijkt S. naar een filmpje van een bruin-witte cavia in een Volvo 240. De cavia zit op de bestuurdersstoel, in de bekerhouder ligt een pakje peuken. Het perspectief verschuift naar de achterbank. Daar zitten nog vier cavia’s. In slow-motion krioelen ze over de achterbank. Het gezang van Creed zwelt aan.

Hold me now / I’m six feet from the edge and I’m thinking /
Maybe six feet ain’t so far down


Een close-up van een caviasnuitje, snuffelend aan de camera. Eindshot: de keurig onderhouden Volvo 240 in de sneeuw.

‘Dit is het resultaat van jarenlang zorgvuldig scrollen,’ zeg ik. ‘Precies lang genoeg naar de juiste dingen kijken. De juiste dingen opslaan. En nu toont het algoritme me wie ik ben.’

‘Een man van 48.’

‘Kennelijk. Wie had dat gedacht.’

2.

Op het slingerpaadje achter de huizen kom ik de Buurman-Des-Levens-en-Dood tegen. De Buurman-Des-Levens-en-Dood is altijd als eerste op de hoogte van het wel en wee in de wijk. Hij houdt zich bezig met geboortes, scheidingen en overlijdensgevallen, maar vergeet zich ook niet op te winden over de kleinere zaken. Glas op de stoep. Een slecht onderhouden heg. Fatbikes.

Dit keer weet hij me te vertellen dat een mij onbekende, hoogbejaarde buurvrouw van een paar hofjes verderop is overleden.

De Buurman-des-Levens-en-Doods zegt: ‘Het zal mij benieuwen hoe ze haar eruit hebben gekregen.’

‘Hoe bedoelt u dat?’

‘Nou, een grafkist kan die hoek niet maken. Via de voordeur eruit, bedoel ik, zo met die rare knik en de locatie van het toilet.’

‘O, goh – ’

‘Ja, het zijn fijne huizen, maar eenmaal dood kom je er niet uit.’

‘Daar heb ik nou nog nooit bij stilgestaan -’

‘Ja, of je moet ‘m rechtop zetten, die kist. En dan draaiend eruit. Maar eervol eruit, nee, dat wordt ‘m niet via de voorkant, met deze huizen.’

‘Nou, blijkbaar.’

‘Gelukkig hadden wij nog een uitgang in de achtertuin, dus mijn vrouw kon via de schuifpui aan de achterkant. Maar nu bouwt iedereen het potdicht. En straks komen ze er niet meer uit. Let maar op.’

De Buurman-des-Levens-en-Dood klinkt gestresst.

Ik druk hem op het hart dat we erom zullen denken, voordat het te laat is.


3.

Ik sta in de hal en zeg: ‘Als we doodgaan kunnen we er niet uit. Een grafkist kan die hoek niet maken. Zo met die rare knik, en de locatie van het toilet.’

‘Tenzij je de kist rechtop zet, dan moet het wel kunnen.’

‘En ik moet vaart maken.’

‘Waarmee?’

‘Met de dingen die ik nog wil doen. Opnieuw beginnen met bloggen. Een knakworst op een boormachine laten ronddraaien en er een aansteker bij houden. Dat boek. God, dat boek. Nog steeds geen boek. Geen echt boek.’

Verslagen loop ik de trap op, richting mijn werkkamer. Huisgenoot S. heeft ondertussen zijn armen wijd en probeert een denkbeeldige grafkist het hoekje om te krijgen. Vanuit het trapgat sla ik het gade, vorsend.

‘Ik luister steeds vaker naar Creed en Pearl Jam. De tijd dringt.’

Deel dit
3 Comments
  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

    • Jessica Alba
      May 13, 2017

      Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

OVER
Ik leg de knulligheid van alledag vast in woord en beeld. Voorheen was ik een kind.

Buy Me A Coffee

EERDERE WANDELINGEN
Meer verhalen, projecten en publicaties: https://linktr.ee/slenteraar

CONTACT
Mail: nicolefromthemountain@gmail.com
Of stuur een bericht via Instagram