Slenteraar



Bezopen

I
Er schijnen wijken te bestaan waar de bewoners een band met elkaar opbouwen door samen een zomerfeest of een buurtbarbecue te organiseren. Bij mij in de straat gebeurt het bonden tot nu toe door middel van andersoortige evenementen. Denk aan inbraken, bouwoverlast en buurtgenoten met borderline. Je kunt daar veel van vinden, maar de uitkomst is in principe hetzelfde: ik ken mijn directe buren bij naam en weet dat ik bij ze kan aanbellen voor een praatje of een kop suiker.

Het is de dag na een mislukte inbraak aan de overkant – er was veel kabaal, er was politie, een man werd in de kraag gevat – wanneer de overbuurvrouw mij na de ochtendronde opwacht aan het begin van de straat. Ze vertelt dat ze door alle consternatie heen is geslapen en is zichtbaar teleurgesteld. Ze zegt: ‘Ik heb een stalen buis naast mijn bed liggen en die hiernaast heeft een machete. Ik was er zó heen gegaan. Weet je wat het is? Ik ken geen angst.’

‘O,’ zeg ik. ‘Wij waren eigenlijk best bang.’

Ik wijs naar mijn hond.

‘Dat is ook een sukkel,’ zegt de buurvrouw. Ze aait mijn hond ruig, hij kwispelt en draait achtjes rond haar benen. ‘Maar goed, het is dom. Er valt hier niets te halen.’

‘Kennelijk zijn er toch mensen die het nóg minder hebben,’ zeg ik. ‘Maar dom is het inderdaad, de huisjes staan hier zo dicht op elkaar. Weinig kans van slagen.’

We kijken naar het aangedane huis.

De buurvrouw raadt me aan ook een stalen buis te nemen, of een honkbalknuppel.

Ik zeg dat ik erover na zal denken, maar eerst wil ontbijten.

‘Als er weer eens iets is dan geef je gewoon een gil uit het raam,’ zegt de buurvrouw. Terwijl ze zich omdraait en wegloopt voegt ze eraan toe: ‘Ik word alleen nergens meer wakker van sinds ik ’s nachts niet meer aan de luchtpomp hoef.’

 

II
In de middag zit ik op een krakkemikkig houten tuinstoeltje in de voortuin. Het tuinstoeltje heb ik van de vorige huurders gekregen. Zij hebben ‘m vermoedelijk weer van de huurders dáárvoor gekregen en waarschijnlijk zullen ook de huurders ná mij er dankbaar op zitten, net zolang totdat ‘ie uit elkaar valt.

Zo kan een lelijk stoeltje toch best mooi zijn.

Eventjes sluit ik mijn ogen, ze voelen zwaar aan door het slaapgebrek.

Ik denk aan de inbreker en de wanhoop en tragiek en aan mijn eigen angstige inborst en de feestlichtjes in mijn achtertuin die nu – uit voorzorg – tot het einde der tijden moeten blijven branden. Dan schrik ik op van van een dichtslaande voordeur.

Het overbuurmeisje van recht tegenover mij komt naar buiten. Ze steekt de straat over en komt bij het tuinhek staan om mijn hond kusjes te geven, letterlijk.

Het overbuurmeisje is heel lief, maar ook extreem verstrooid. Net wanneer ik over de inbraak wil beginnen – de man kwam door haar openstaande schuttingdeur in het achterom – vraagt ze of ik haar konijn wil zien. Het konijn heet Boris.

Ik zeg dat ik nog een stalen buis moet kopen.

Het overbuurmeisje stelt geen vragen.

‘Nu ga ik mijn fiets zoeken,’ zegt ze. Luid, ze praat voortdurend luid en komt er nog mee weg ook – omdat er in haar geen kwaad zit en verder ook niet echt andere dingen. Geen angst, geen cynisme, geen brein gespecialiseerd in doemscenario’s.

Soms zou ik haar willen zijn.

‘Is ‘ie gestolen?’ vraag ik.

‘Nee, ik was gister per ongeluk fietsend weggegaan en lopend teruggekomen!’ zegt het meisje. ‘Fijne dag nog! Doe-hoei!’

Wild zwaaiend loopt ze weg.

‘Was je dronken, kind?’ roept de buurvrouw zonder angst.

Het meisje houdt halt ter hoogte van haar tuin en kirt: ‘Nee, ik drink eigenlijk nooit! Of nou ja, heel soms, maar dan maar een heel klein beetje! Fijne dag nog!’

‘Geeft niks hoor,’ zegt de buurvrouw zonder angst. Het overbuurmeisje is al lang de straat uit wanneer ik haar hoor mompelen: ‘Ik ben ook wel ’s bezopen, joh. Wie niet?’

Deel dit
3 Comments
  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

    • Jessica Alba
      May 13, 2017

      Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.

  • Beatrice Smith
    May 13, 2017

    Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

Eén reactie op “Bezopen”

  1. Berber schreef:

    Mooi, Nicole! Ik mag jouw manier van schrijven wel: compact, beeldend en altijd vermakelijk. Fijn is dat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

OVER
Friedrich Nietzsche zei ooit dat alle werkelijk grote gedachten ontstaan tijdens het lopen. Ik slenter me het apelazarus in de hoop dat hij gelijk heeft.

EERDERE WANDELINGEN
Ik wandel en schrijf sinds 2009. Nog meer verhalen vind je op mijn oude site. Publicaties in de echte wereld heb ik ook wel ‘s. Bijvoorbeeld in NRC.next, op de Optimist, in de festivalkrant van Lowlands en in het magazine van podium Asteriks.