Sjans

Frenk stond al een tijdje tegenover me, vlakbij de bar. Hij droeg een dikke rode fleecetrui, terwijl het echt best wel warm was in de kroeg. Misschien dat daardoor zijn voorhoofd ook zo glom. Zijn ogen waren glazig en zijn mond hing een beetje open.
Zo stond hij me dus al minutenlang ongegeneerd aan te staren.
Iets zei me dat ik maar beter niet zijn kant op kon kijken, want dan zou hij vast proberen een gesprek aan te knopen. Doorgaans heb ik geen oog voor sjans, maar hier was werkelijk geen ontkomen aan. Gewoon doorpraten met de aardige bekende aan mijn rechterzijde, dus.
Helaas bleek Frenk een volhardende jongen. Zijn blik deed me een beetje denken aan de manier waarop ik zelf meestal naar een dampende schaal lasagne met extra veel kaas kijk: gretig. Ik werd er best bang van, inmiddels, en ook de bekende naast mij kreeg het gevoel dat er iets moest gebeuren.
“Hoi, ken je haar of zo?” vroeg hij.
“Nog niet,” antwoordde gretige Frenk.
Hij greep de gelegenheid aan om zichzelf voor te stellen. Frenk dus.
Omdat ik en de mensen met wie ik me omring over het algemeen niet de kwaadsten zijn, wilden we best een gesprekje met Frenk voeren. Misschien had hij gewoon iets heel leuks te vertellen – een goede mop of zo. Je weet maar nooit.
Jammer genoeg bleef Frenk me voornamelijk wezenloos aangapen, zwetend in zijn rode trui. Dat begon nu toch wel echt vervelend te worden. De bekende aan mijn rechterzijde deed een dappere poging een einde te maken aan deze ellende, namelijk door zich te presenteren als mijn aanstaande echtgenoot.
“Wij gaan binnenkort trouwen,” zei hij. “De koetsen zijn al geregeld.”
“Ja, heel veel koetsen met paarden. Ik wil ook nog eenhoorns,” voegde ik eraan toe. “Ik ben echt een diva. Heel veeleisend.”
Maar Frenk liet zich niet kisten, zelfs niet door een naderend huwelijk en zelfverklaard divagedrag.
“Voor jou zou ik ook koetsen regelen,” verklaarde hij.
De situatie begon groteske vormen aan te nemen. Er restte mij niets anders dan naar mijn bier staren en bidden dat het rode gevaarte plotseling zou verdwijnen.
“Maarree, ik vind het niet zo leuk dat je zo naar mijn aanstaande vrouw loert,” zei de bekende die binnenkort kennelijk mijn echtgenoot zou zijn. “Dus misschien moet je even weggaan, of zo.”
Frenk deerde het allemaal niets.
“Ik geloof het niet,” zei hij. “Dat jullie gaan trouwen.”
Daarna achtte hij de tijd rijp om mij te vertellen dat hij wel kon verdrinken in mijn ogen.
Ik kon inmiddels wel verdrinken in awkwardness, of als het echt nodig was in mijn bier.
Het was duidelijk dat Frenk niet van plan was om weg te gaan. Nooit meer. Zelf vertrekken was de enige uitweg. Dat, of doodgaan.
Ik koos voor het leven en bad dat Frenk voortaan, in godsnaam, uitsluitend nog voor de hard-to-get sjansmethode zou gaan. Misschien dat er dan, op een heel mooie dag in zijn leven, een of ander lief meisje wél die rode fleecetrui van zijn lijf wil scheuren.
---
Wegens privacyoverwegingen is de naam Frenk gefingeerd, of nou ja, ik heb een letter veranderd. Ik zeg niet welke. Trololol. 


Donderdag 16 Mei 2013 op 15:18  |  
  |    |  

twee reacties

Barbara

Hihihi.

Barbara
, - 16-05-’13 16:20
Roos

Hehe!

Roos
, - 17-05-’13 19:36
(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.