bakkersmeisje, episode I

Al geruime tijd spendeer ik mijn zaterdagen in een bakkerij. En al geruime tijd heb ik een heel verwarrende haat/liefde-verhouding met mijn werkzaamheden als bakkersmeisje. Op zaterdag opstaan om half zes 's ochtends is natuurlijk ronduit mensonterend, daar hoef ik verder niet over uit te weiden. Maar vreemd genoeg heeft het tegelijkertijd ook iets romantisch om bij het krieken van de dag een ruimte binnen te wandelen die ruikt naar versgebakken brood en croissanten en al wat niet meer.

Bovendien kan ik vervolgens lekker rustig wakker worden in die heerlijke geur, want het eerste uur van mijn werkdag besteed ik aan de volgende, zeer belangrijke taak: Het aanraken van elk product dat die dag verkocht gaat worden. Om ze op de juiste plek in de winkel uit te stallen, uiteraard. Maar ergens diep van binnen vindt een sadistische versie van mijzelf het toch ook grappig dat elke klant die dag brood in zijn mond stopt waar ik met mijn knuistjes aan heb gezeten. Zeker bij de onvriendelijke klanten biedt deze gedachte troost, hoewel mijn knuistjes natuurlijk niet eens écht vies zijn. Gewoon gemiddeld vies, gok ik, want knuistjes zijn nu eenmaal nooit brandschoon. Daar ben ik heel blij om, en ik zal hieronder uitleggen waarom.

Enkele maanden geleden kreeg ik het aan de stok met een jongeman die heel erg boos werd omdat ik hem welgeteld één saucijzenbroodje te weinig had meegegeven. Hij stormde de winkel in en begon tegen me te schreeuwen dat ik wel echt oerdom was. Juist, dat alles om één saucijzenbroodje. Eventjes had ik de neiging om mijn neus te snuiten in dat missende broodje, en het vervolgens aan hem te overhandigen. Helaas verkopen wij onze saucijzenbroodjes warm, en ik had geen trek in een verschroeide neus.

Jullie begrijpen dat de tragiek van dit alles mij zwaar viel. Lieve Heer, waarom juist nú een warm saucijsje?! Waarom niet gewoon een normaal, zijdezacht bolletje?

Maar nu komt het: Opeens bedacht ik mij dat ik het broodje in kwestie ongetwijfeld al een aantal keer had aangeraakt. Misschien zelfs ook wel een keer nadat ik mijn vingers uitgebreid had afgelikt tijdens het eten van een kletsvet kaasbroodje. Deze gedachte stelde me gerust. Bedeesd pakte ik het missende saucijzenbroodje alsnog in, en wenste ik de schreeuwlelijk met een zalvende stem voor de tweede keer een fijn weekend. Verrek, ik wierp de beste man zelfs nog een weeïg glimlachje toe. Nog altijd boos graaide hij het zakje uit mijn handen en verliet met grote, lachwekkende passen de winkel. 'Ha ha. Ha ha. Ha ha ha,' dacht ik. Maar ik ben heel professioneel, verder, dus al snel hervatte ik mijn gebruikelijke bakkersmeisjes-bezigheden. Voor de zoveelste keer vulde ik de winkel met een vrolijk: "Welke geluksvogel was er dan aan de beurt? U, mevrouw?", mijn oh zo geliefde knuistjes gereed om de volgende bestelling in te pakken. Ha ha. Ha ha ha.


Vrijdag 24 September 2010 op 18:03  |  
  |    |  

twee reacties

Wendy Helder

Heel mooi geschreven en heb gelachen ,super dit ,hahaha.
Ga zo door met schrijven ! je doet het goed.
in afwachting naar het volgend avondtuur………
bedankt voor het delen .

liefs wenje

Wendy Helder
, (E-mail ) (URL) - 26-09-’10 19:56
Freek

Geniaal :)!
haha

Freek
, (E-mail ) - 07-10-’10 07:38
(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.