Madelon

“Potdomme, Madelon – gewoon poepen, nou!”
Het is zeven uur in de ochtend, ik ben nog geen tien minuten wakker en dit zijn de eerste woorden die ik hoor. Ze komen uit de mond van een verkreukte vrouw van middelbare leeftijd. Op de grasstrook nabij mijn huis sjort ze aan een sjekkie en aan twee parmantige hondjes in roze tuigjes. Mijn eigen hond neemt onmiddellijk zijn alfapositie aan: borst vooruit, oren omhoog, verbeten bekje. Een hond met een missie.
Net als Madelon, trouwens.
“Poepen!” herhaalt de vrouw. “Kom op, Maddie.”
“Goedemorgen,” mompel ik.
De vrouw kijkt achterdochtig mijn kant op. Misschien komt dat omdat ik met mijn grote muts en bril toch iets teveel op een zedendelinquent lijk. Een perfecte manier om zedendelinquenten op afstand te houden, daar heb ik goed en lang over nagedacht, maar soms werkt het me ook tegen. Als klap op de vuurpijl besluit mijn hond dat dit het uitgelezen moment is om zich eens flink te gedragen als een creep. Een gluurbuur, een vieze voyeur. Hij drentelt de grasstrook op en staart Madelon intens in de ogen. Verwoed draait ze nog wat rondjes. Ik zie angst op haar platgedrukte snuitje en paniek in haar kraaloogjes terwijl ze perst alsof haar leven ervan afhangt. Tevergeefs. Madame Madelon heeft haar privacy nodig, zoveel is duidelijk.
Zwetend probeer ik mijn hond mee te trekken, maar nee, hij wil liggen. De nachtmerrie van iedere hondenbezitter: het ene moment heb je een hond, het andere moment een blok beton met uitzonderlijke centrifugale krachten aan een touwtje. Nog altijd kijkt mijn viervoeter intens geconcentreerd naar die arme Madelon. Ik zucht. Het is tijd om mijn verlies te nemen.
“Sorry. Hij, eh... Hij wil echt kijken.”
Madelon tuurt vragend naar haar bazin, de rug nog steeds gekromd. De bazin kijkt naar mij. Ik staar naar de lucht en onderdruk de neiging om The Final Countdown te neuriën. Vroeger had ik dit wellicht een ongemakkelijke situatie gevonden, maar inmiddels weet ik dat de hondengemeenschap een soort parallel universum is met volstrekt andere gedragsregels. Hondenbezitters zijn de schaamte vaak lang en breed voorbij. Bohémien, zou ik het bijna willen noemen. Ze hebben geen oordeel over de moddervlekken op je jas, de haren op je joggingbroek, of het feit dat je zonder blikken of blozen een zak stront in een heuptasje opbergt. Ze snappen dat de wereld niet altijd mooi is. Dat de natuur bruut en onverbiddelijk kan zijn.
“TOE DAN!” hoor ik. Daarna: “Goed zo. Hè-hè.”
De vrouw zuigt aan haar sjekkie. Dan kijkt ze me verontschuldigend aan. “Zeg, ik kan dit niet oppakken, hoor. Veel te dun. Dat komt door de stress. Normaal ruim ik het altijd op.”
“Niks gezien,” zeg ik. En dat is dat.
“Nu eerst koffie. Joe.”
“Hoi hè. Smakelijk bakje.”
- - -

Dit stukkie werd gepubliceerd in Asteriks Magazine #15.


Maandag 25 April 2016 op 14:56  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.