Kauwgomballenautomaat

“Kijk nou,” zei ik. Het was een zonnige middag en mijn compagnon en ik stonden verslagen voor de ouderwetse kauwgomballenautomaat even voorbij ons huis. “Het einde van een tijdperk.” Ik tuurde naar de ruitjes waarachter eerder die week nog talloze gekleurde ballen en Jaw Breakers lagen te blaken van gezondheid. Nu was al het snoepgoed weg. Haastig geëvacueerd, leek wel. Vrij snel sloeg mijn teleurstelling om in angst. Ik pakte mijn compagnon vast en fluisterde: “Holy shit, dit is een teken. Het is gedaan met onze jeugd.”
Ergens diep van binnen wist ik natuurlijk al langer dat het eraan zat te komen. Ik ben geen kind meer. Ik krijg brieven van de Belastingdienst en maak zelf afspraken met de dokter en de tandarts. Mijn slaapkamer in het ouderlijk nest fungeert al jaren als logeerkamer. Ik ben iemands tante, ik ben iemands buurvrouw. Belangrijke papieren bewaar ik in keurige mapjes die in de winkel 'showtassen' genoemd worden en daar zeik ik helemaal niet over. Iets met verantwoordelijkheden en verplichtingen. Zo gaan die dingen nu eenmaal.
Desondanks hakte de ontruiming van de kauwballenautomaat er behoorlijk in. Misschien komt dat omdat ik het ding vrijwel dagelijks passeer en ik op dat moment altijd moet denken aan heel vroeger, toen we ieder weekend met het gezin naar de camping in Drenthe gingen. Daar was precies zo'n automaat. Gehuld in een trainingspak en met een trendy petje op de kop heb ik er heel wat snoep verorberd. De kauwgomballen waren altijd hard en na enkele seconden had je het gevoel op een oude leren stoel te kauwen, maar toch: wat een fantastisch gebeuren om aan dat hendeltje te draaien en de buit uit het apparaat te grissen.
Het waren verdorie mooie tijden.
Je hoort wel eens dat mensen van mijn leeftijd en masse in een soort existentiële crisis belanden, vooral wanneer ze net afgestudeerd zijn en hun eerste teleurstellende stappen op de arbeidsmarkt zetten. Een verschijnsel waartegen ik me tot nu toe kranig dacht te hebben geweerd, maar slechts één uitgeruimde kauwgomballenautomaat bleek voldoende om me toch nog over het randje te duwen. Immers: de wereld veranderde misschien snel en ik was de afgelopen twintig jaar absoluut een stukje ouder geworden, maar hé: er was altijd nog de mogelijkheid om wat kleingeld in mijn broekzak te proppen en tijdens het wandelen een dikke vette Jaw Breaker uit die automaat te trekken. Precies zoals vroeger. Dat kon nu niet meer. Het knagende gevoel dat er met de lege automaat ook een levensfase tot een einde was gekomen, werkte in alles door. Ik voelde me opeens een grieze doeve (voor de niet-boeren: 'grijze duif') en ging me ernaar gedragen ook.
Ik moest bijvoorbeeld bellen met de gemeente.
“Ik zal via de mail een terugbelverzoek voor u indienen,” zei een kwieke telefonist.
“Het wereldwijde web is een fantastisch iets,” kraakte ik.
Het moet vrij terminaal geklonken hebben, maar het hoge Omroep Max-gehalte van mijn uitspraak verbaasde me allerminst. Ik dacht die week namelijk wel meer krankzinnige dingen, zoals: “Geen wonder, kind'ren, ik stam nog uit de tijd van de werkende kauwgomballenautomaten. Waar zie je die nou nog? NIET HIER IN ELK GEVAL!”
Dit ging een paar dagen zo door. Totdat ik besloot de nieuwe situatie onbevreesd onder ogen te komen en mijn ochtendwandeling langs de kauwgomballenautomaat te hervatten. Eenmaal op de plaats des onheils constateerde ik – o, de vreugde – dat een of andere barmhartige Samaritaan (of nou ja, waarschijnlijk de uitbater van het dubieuze Chinese restaurant ernaast) het snoepgoed gewoon weer had bijgevuld. Ballen, Jaw Breakers, gevaarlijk plastic speelgoed... de hele gore mikmak.
“Verse ballen!” jubelde ik tegen mijn hond.
Die vindt daar toch helemaal niets van.
Met hernieuwde levenslust stapte ik verder. Na een wandeling van een uur was alles me duidelijk: alleen in geschiedenisboeken zijn tijdperken blokjes op een tijdbalk die plotsklaps eindigen of beginnen. In werkelijkheid gaat het anders: tijdperken zijn fluïde, ze lopen ongemerkt in elkaar over. Het enige blokje op de balk dat wél een evident begin en een onvermijdelijk einde kent, is mijn eigen leven. Juist daarin kan ik naar hartelust het oude nog even naast het nieuwe laten bestaan. Ik kan best mijn belastingaangifte regelen terwijl ik een pet met een propellor draag en mijn tanden breek op een keiharde Jaw Breaker. Ik kan tante zijn en tegelijkertijd jongste dochter. Zo kleur ik mijn gedeelte op de tijdbalk langzaam in met alles wat geweest is en alles wat nog komt, kriskras door elkaar. Naar eigen inzicht, zolang de voorraad strekt.


Maandag 02 Maart 2015 op 10:46  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.