Engelse les

Mijn moeder is een held. Al een paar jaar is ze de populairste thuisjuf van het dorp. Ze komt langs bij gezinnen en geeft peuters spelenderwijs een voorbereiding op de basisschool. Dat gaat hartstikke goed. Bij iedere gelegenheid wordt ze overladen met chocolade en douchegels. Pasgeboren lammeren op boerderijen in heel de regio worden naar haar vernoemd. Zo populair is ze.
Ze heeft alleen nog geen diploma.
Een tijdje geleden kreeg ze een nieuwe werkgever die vond dat ze dat papiertje toch echt moest hebben. Zo kon het gebeuren dat mijn moeder op haar achtenvijftigste nog even aan een complete vervolgopleiding is begonnen. Laatst liet ze me trots een stapel huiswerk en een reusachtige tas zien.
“Kijk, ik heb een nieuwe rugtas gekocht.”
Het was een Eastpak. Legergroen. Ze keek er stoer bij. Ondertussen maakte haar blitse paarse smartphone allerlei geluiden. “Dat zijn mijn klasgenoten op de app,” verklaarde ze. Alsof het niets was. “Sommigen lopen achter met het huiswerk. Maar ik wil het bijhouden.”
Haar gedrevenheid verbaasde me. Vroeger was mijn moeder op school een bengel. Als tiener ging ze liever patat eten op het hoekje, in plaats van naar de les. Althans: er zijn veel foto's van haar met patat op het hoekje, maar haar rapporten heeft ze zorgvuldig verstopt. Die dwarsigheid hield lang aan. Ik heb er zelf als puber nog van meegeprofiteerd. Ik hoefde 's ochtends maar te mompelen dat ik geen zin had in school en mijn moeder had de telefoon al in haar hand.
“Zal ik je ziek melden?” zei ze dan. “Doe ik zo, hoor.”
Soms nam ik het aanbod aan. Dan kroop ik nog even naast haar in het grote bed en keken we samen het journaal. Uiteindelijk speelde haar geweten meestal toch op en verzekerde ze me: “Het is dat je zulke goede cijfers haalt. Anders zou ik het nooit doen.”
Met dat alles in het achterhoofd heb ik er des te meer respect voor dat diezelfde vrouw op dit moment bloedserieus haar opleiding tot pedagogisch medewerkster aan het afronden is. Versneld, zelfs. De dag dat ik op bezoek was, stond haar huiswerk voor Engels op de planning. Ondertussen vertelde ze over de lessen.
“Weet je wat ik laatst zei?”
“Nou!” zei ik. “Vertel.”
I can speak English very well...” begon ze. Daarna, bulderend op z'n plat Overijssels: “...but not so snel! MAAR DAT KUM'P NOG WEL!”
Ik begon te lachen. Het soort lachen waarbij je je best moet doen om niet op je bovenbenen te slaan of spartelend en naar lucht happend op de grond te eindigen.
“Die lerares kwam ook al niet meer bij,” zei mijn moeder. Droogjes.
Mijn vader at een koek en grinnikte zonder geluid te maken, maar ik zag aan zijn gezicht dat hij trots was. Net als ik. In de trein terug naar huis spookte het zinnetje nog steeds door mijn hoofd. Toen pas bedacht ik me dat het niet alleen mijn moeders gedrevenheid was waar ik bewondering voor had. Het was vooral haar onbevangenheid. Hoe ze zich zonder reserves in het avontuur stort, bereid om op haar bek te gaan en dan lachend weer op te staan. Daar kan ik nog wat van leren.
Het gaat alleen not so snel.
Maar dat kum'p nog wel.


Woensdag 09 April 2014 op 15:09  |  
  |    |  

twee reacties

Sylvia

Haha, prachtig ;)

Sylvia
, (URL) - 09-04-’14 16:33
Inge

Leuk verhaal! Doet me sterk denken aan een hele lieve collega van me….. L.v.d.B.

Inge
, - 12-05-’14 19:55
(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.