Brokkenpiloot

Gisteravond wilde ik een potje kruiden bovenop een van mijn keukenkastjes neerzetten. Helaas bleek het kastje net iets te hoog en mijn arm net iets te kort, waardoor het potje er onmiddellijk weer vanaf donderde, op mijn voorhoofd viel en daarna op het aanrecht, om uiteindelijk geopend op de grond te belanden. Dat soort dingen doe ik dagelijks. Real-life slapstick. Vanaf het moment dat ik me zelfstandig kan voortbewegen pak ik het al groots aan: als kruipende peuter stootte ik bijvoorbeeld eens een enorme cactus om die vervolgens op – of nou ja: in – mijn achterhoofd belandde.
Meestal trek ik me niet zoveel aan van mijn eigen klunzigheid. Mijn leven zou wel heel zwaar worden als ik daadwerkelijk zou stilstaan bij al die keren dat ik mijn ellebogen stoot, tegen hoeken van tafels aan loop, koffie over de randen van mijn kopje laat klotsen of glazen kapotmaak tijdens het afwassen. Toch had het me gisteravond even te pakken.
“Waarom?” vroeg ik, gevaarlijk zwiepend met mijn koffiekopje. “Waarom ben ik zo?”
Het zal vast iets met mijn genen te maken hebben, dacht ik toen. Een zekere aanleg. Ik ben gebaard door een vrouw die ik onlangs nog met haar rechterarm tot aan haar oksel in een vuilnisemmer zag verdwijnen, alleen maar omdat ze de bovenkant wilde schoonmaken met een vaatdoekje en daarbij kennelijk toch net teveel kracht op het deksel uitoefende. Dat moet toch iets met elkaar te maken hebben. Aanleg voor het maken van brokken. Bestaat dat?
Nader onderzoek vertelde mij dat er in de wetenschap wel van 'accident-proneness' wordt gesproken: het (betwistbare) idee dat sommige mensen simpelweg vatbaarder zijn voor ongelukken dan anderen. Een allereerste onderzoek naar dit fenomeen werd reeds in 1919 uitgevoerd in een Britse fabriek. Men kwam erachter dat ongelukken op de werkvloer niet bepaald evenredig over de arbeiders verdeeld werden. Het was steeds hetzelfde, relatief kleine groepje werkers dat ten prooi viel aan het grootste deel van de ongelukken.
C'est moi,” dacht ik, maar dan in het Nederlands. Het voorbeeld gaf alleen nog steeds geen antwoord op mijn meest prangende vraag: waarom? Waarom ben ik zo? Maar helaas: de wetenschap is er nog altijd niet over uit of er daadwerkelijk gesproken kan worden van een op zichzelf staand 'brokkenpiloot-syndroom' – laat staan wat de oorzaken daarvan dan zijn. Wel zijn er ideeën over factoren die mogelijk een rol spelen, bijvoorbeeld: mentale afwezigheid. Je bent fysiek met iets bezig, maar denkt ondertussen aan iets compleet anders. Toen ik mijn potje kruiden op mijn keukenkast probeerde te zetten, dacht ik niet aan het kastje in kwestie of de hoogte daarvan. Ook niet aan mijn eigen lengte en de fysieke onmogelijkheid van wat ik probeerde te bereiken. Nee. Ik dacht aan de hoofdpersoon van mijn manuscript (niet doorvertellen) en de scène die ik voor het avondeten aan het herschrijven was. En een beetje aan patat.
Is ook niet zo handig.
Is ook eigenlijk best logisch dat dat potje dan op je kop dondert.
Dat is niet per se leuk om je te realiseren – in feite betekent het dat sommige gevallen van klunzigheid best een beetje aan jezelf te wijten zijn – maar het heeft tegelijkertijd iets hoopgevends, namelijk: misschien valt er nog iets aan te doen. Beter focussen op waar je mee bezig bent, bijvoorbeeld, kan denk ik nooit kwaad. Iets met mindfulness. En if all fails: gewoon blijven lachen zolang het om potjes kruiden, vuilnisemmers, eeuwig druipende kopjes koffie of hoeken van tafels gaat, natuurlijk.


Vrijdag 07 Februari 2014 op 16:05  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.