Optuigen/aftuigen

Er zijn momenten in een mensenleven, bepaalde ijkpunten, die je voor altijd bijblijven. Momenten waarop je het gevoel krijgt echt te zijn gegroeid als mens. Ik beleefde zo'n moment toen ik in mijn derde studiejaar ontdekte dat je je dekbedovertrek binnenstebuiten moet keren en aan de punten moest vastpakken om hem fatsoenlijk om je deken heen te krijgen. Een tweede karaktervormende episode vond plaats toen ik vorig jaar mijn eerste eigen kerstboom kocht. Het verzorgen van de kerstdecoratie is een precaire aangelegenheid. Dat besef je pas ten volste wanneer je zelf een keer die zware last hebt gedragen. Het vereist incasseringsvermogen en je moet woede en verdriet perfect kunnen kanaliseren. Mijn eerste kerstboom heeft me geleerd dat er soms maar een dunne scheidslijn is tussen optuigen en aftuigen.
De ellende begon bij de ballen. Nadat ik in een overvolle Action de laatste verdwaalde kerstboom bemachtigd had, realiseerde ik me dat je er ook zooi in moet hangen. Kerstballen en slingers. In een moment van verstandsverbijstering koos ik ervoor om groenblauwe ballen aan te schaffen, wat in het doosje heel leuk leek, maar eenmaal aangebracht op een geheel groene boom eigenlijk vooral als schutkleur fungeerde. Dat is frustrerend, zeker wanneer niemand jou verteld heeft dat je naast ballen ook nog speciale haakjes nodig hebt om die bende mee aan de boom te bevestigen. En dat je dus niet noodzakelijkerwijs alle takken van de boom door de absurd kleine ringetjes bovenop de kerstbal zelf hoeft te persen, zoals ik op die zwarte dag poogde te doen.
Zelden heb ik me zo machteloos gevoeld als tijdens het optuigen van mijn eerste kerstboom. Vredig neuriënd was ik aan de klus begonnen, maar na een uur of twee worstelen met ballen en lampjes wilde ik niet alleen die boom volledig aftuigen, maar ook mijn hele huis. Toch zette ik door. Pas toen ik klaar was, waagde mijn compagnon het om naar beneden te komen en de kerstboom te bekijken.
“Mooi,” zei hij. Alsof het niets was.
“Mooi?! Die ballen gaan er nooit meer uit. Nooit meer,” brieste ik. “Als de kerst voorbij is mieteren we die kutboom in het hok, met alles erop en eraan. Of hij blijft staan en ik gooi er een doek overheen, net zolang totdat het weer december is. Maar die ballen blijven erin.” Ik kon niet meer ophouden. “Zie je hoe klein die ringetjes op die kerstballen zijn? En hoe dik die takken? Die ballen zitten zo strak, zo strak! Ze kunnen er nooit meer uit, al zouden we het willen.”
Het duurde een paar uur voordat ik bijgekomen was en de positieve kanten van de situatie begon in te zien. Ik had doorgezet – mijn grenzen verlegd – en volgend jaar kon ik de boom inderdaad gewoon opgetuigd en al uit het hok trekken. Misschien waren permanente ballen in dat opzicht helemaal zo slecht nog niet. Volgend jaar zou vast alles beter zijn. Volgend jaar zou alles soepeler verlopen.
Een paar dagen geleden was het zover. Ik trok de kerstboom uit het hok, alwaar hij steeds verder was weggezakt in een stoffig hoekje. Fietsen waren op de boom geparkeerd. Maar de ballen zaten er nog in. Euforisch zeulde ik het ding naar binnen en stak de stekker in het stopcontact.
De lampjes deden het niet meer.



Vrijdag 13 December 2013 op 01:34  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.