Phone home

Ik haat bellen, behalve wanneer het naar mijn ouderlijk huis is. Bellen met mijn ouders is op sommige momenten vergelijkbaar met het luisteren naar een ouderwets gezellige aflevering van Buurman & Buurman. Ik vind dat geruststellend. Zo ook gisteravond.
“Je vader heeft zichzelf vandaag bijna afgeslacht!” zegt ze vanuit het niets. Een vrij schokkende mededeling, zou je denken. Niet voor mijn moeder. Ik houd de telefoon dichter tegen mijn oor. Aan de andere kant van de lijn hoor ik haar alleen maar lachen.
“Wat?!” roep ik uit. “Hoé dan?”
“Nou, hij had net zijn hele gezicht onder het schuim gesmeerd om zich te gaan scheren, maar toen ging de telefoon. Dus hij opnemen. Maar tijdens het telefoneren is hij gewoon in het wildeweg doorgegaan met scheren. Dat wil dus niet, hè.”
“Ja hoor. Wie scheert zich dan ook tijdens het telefoneren?”
“Je vader,” antwoordt mijn moeder. “Hij kwam me ophalen van het station en ik zag het meteen. Overal snijwonden. Ik zeg: 'Wat heb jij nou gedaan?!'”
Op de achtergrond hoor ik gemompel. Mijn vader neemt zelden de telefoon op – behalve als hij zich aan het scheren is, kennelijk – maar luistert wel altijd oplettend mee. Het is een gave. Ongehinderd door het gebrek aan een eigen hoorn om mee te luisteren of in te spreken, weet hij toch aan ieder gesprek deel te nemen. Als een soort weggemoffelde echo in de verte.
“Hij zit mij nu ook aan te kijken alsof ik gek ben..” vervolgt mijn moeder.
“Hoezo?” vraag ik.
Opnieuw begint ze te lachen. Daarna: “Ik heb mijn been in mijn nek.”
Rond mijn leeftijd heeft mijn moeder een motorongeluk gehad, waardoor ze haar linkerbeen niet meer kan buigen. Wel kan ze het betreffende been sindsdien kaarsrecht in de lucht gooien en het als een bekwaam turnster langs de zijkant van haar gezicht vasthouden. Moeiteloos.
“Zit ze met haar been in de nek,” hoor ik mijn vader op de achtergrond mompelen.
Op dat moment lijkt het me verstandig om een aantal punten van het verhaal even te recapituleren. Gewoon voor de duidelijkheid. “Dus de een slacht zichzelf bijna af tijdens het telefoneren,” zeg ik, “en de ander vouwt onder het bellen zomaar even een been in haar nek.”
“Ja, even strekken,” zegt mijn moeder.
Ik moet inmiddels ook lachen. Hard en met piepende uithalen.
“Cor, ze stikt er bijna in!” hoor ik mijn moeder uitroepen. Weer gemompel.
Kort daarna is het tijd om op te hangen.
“Nou, ik ga nog even mijn wijntje opdrinken,” zegt mijn moeder. Ik neem afscheid en verbreek de verbinding. Mijn telefoontoestel voelt warm aan. Net als mijn hart.


Woensdag 13 November 2013 op 17:01  |  
  |    |  

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om spam te voorkomen, vragen we je deze simpele vraag te beantwoorden (schrijf het getal voluit):
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.